Instructie

Geef aan in hoeverre de volgende stellingen op jou van toepassing zijn.

-- Niet van toepassing
- Weinig van toepassing
-/+Niet/wel van toepassing
+ Wel van toepassing
++ Zeer van toepassing


-- - -/+ + ++
1 Ik spreek op feestjes veel verschillende mensen.
2 Ik maak me zorgen over dingen.
3 Ik laat mijn kamer rommelig achter.
4 Ik heb een levendige fantasie.

-- - -/+ + ++
5 Ik hou er niet van om de aandacht op me te richten.
6 Ik maak tijd vrij voor anderen.
7 Ik werk volgens een tijdschema.
8 Ik raak zelden geïrriteerd.

-- - -/+ + ++
9 Ik denk eerst aan anderen.
10 Ik heb moeite me dingen voor te stellen.
11 Ik laat anderen het voortouw nemen.
12 Ik ben altijd voorbereid.

-- - -/+ + ++
13 Ik breng een gesprek naar een hoger niveau.
14 Ik ben meestal ontspannen.
15 Ik laat mensen zich op hun gemak voelen.
16 Ik mopper over dingen.

-- - -/+ + ++
17 Ik voel emoties van anderen aan.
18 Ik verzaak mijn werkzaamheden.
19 Ik vind het niet erg midden in de belangstelling te staan.
20 Ik kan veel informatie tegelijkertijd verwerken.

-- - -/+ + ++